Nieuwe publicatie: Is stress de onderliggende trigger van jouw boezemfibrilleren?
In een peiling van AFIP onder ruim duizend mensen met boezemfibrilleren kwam stress als één van de meest voorkomende triggers naar boven. Een nieuwe, peer-reviewed publicatie brengt die ervaring nu voor het eerst samen met de onderliggende biologie.
Het onderzoek is geschreven door ons eigen team, samen met de afdeling Fysiologie van Amsterdam UMC, het Athena Instituut van de VU Amsterdam en collega’s van Erasmus MC. De auteurs noemen dit zelf het sluiten van de “vertaalslag” van moleculair mechanisme naar echte ervaringen van mensen.
Dit is er tot nu toe bekend over stress en boezemfibrilleren:
- Een nieuwe review publicatie in de European Journal of Preventive Cardiology, brengt alles samen wat tot nu toe bekend is over psychische stress en boezemfibrilleren.
- Chronische stressbronnen, zoals veeleisend werk met weinig vrijheid en onvrijwillige werkloosheid, hangen in meerdere grote bevolkingsonderzoeken samen met een hoger risico op nieuw ontstaan boezemfibrilleren.
- Het bewijs dat alledaagse stress op zichzelf nieuw boezemfibrilleren veroorzaakt, is wisselend en zwak.
- Stress bereikt het hart via twee routes: een snelle via het zenuwstelsel en een langzamere via het hormoonstelsel.
- In AFIP’s eigen enquête onder 667 mensen met boezemfibrilleren, gaf ruim de helft aan dat stress hun klachten verergert. Meer dan twee op de drie meldden hartkloppingen tijdens stressvolle momenten.
- Het onderzoeksteam vraagt nu om jouw hulp. Vul de lopende AFIP-vragenlijst over stress in en draag direct bij aan de volgende fase van dit onderzoek.
Onze nieuwe publicatie legt de verbinding tussen stress en boezemfibrilleren
De publicatie “The Role of Psychological Stress in Atrial Fibrillation: Completing the Translational Circle from Molecular Mechanisms to Citizen Science” is geschreven door een team van de afdeling Fysiologie van Amsterdam UMC (Amsterdam Cardiovascular Sciences), het Athena Instituut van de VU Amsterdam, Erasmus MC en stichting AFIP zelf.
Het onderzoek maakt deel uit van CIRCULAR, het door NWO gefinancierde consortium dat onderzoek naar boezemfibrilleren mét patiënten doet.
Wat maakt deze review nou zo bijzonder? Het stopt niet alleen bij het samenvatten van lab- en ziekenhuisdata, maar het brengt ook het perspectief mee van mensen die daadwerkelijk met boezemfibrilleren leven. Deze inzichten zijn verzameld via AFIP’s eigen burgerwetenschap-enquêtes.
Het resultaat is een vollediger beeld van hoe stress en boezemfibrilleren zich tot elkaar verhouden en waar nog te weinig over bekend is.

De biologie achter hoe stress je hart bereikt
Zodra je iets als stressvol ervaart, reageren twee systemen met twee verschillende snelheden.
Het snelle systeem is het zenuwstelsel. Binnen enkele seconden komen adrenaline en noradrenaline vrij. Dit zijn de hormonen achter een racend hart en dat opgejaagde, gespannen gevoel.
In dierstudies verhoogden hogere niveaus van deze hormonen zowel de hartslag als hoe makkelijk boezemfibrilleren kon worden opgewekt. Bij mensen hingen hogere noradrenalinewaarden vóór een hartoperatie samen met een grotere kans op boezemfibrilleren erna.
Het langzamere systeem is het hormoonstelsel, met name de HPA-as. Dit is een signaalketen, die van de hersenen naar de bijnieren loopt en eindigt in de afgifte van cortisol. Dit is het belangrijkste stresshormoon van het lichaam.
Deze route reageert trager en schakelt ook trager weer uit. Dat verklaart deels waarom langdurige, chronische stress anders uitwerkt dan één stressvol moment.
Geen van beide routes bewijst dat stress op zichzelf boezemfibrilleren veroorzaakt, maar samen geven ze wel een aannemelijke biologische verklaring voor waarom stress kan werken als trigger of versterker bij mensen met boezemfibrilleren.
Stress kan boezemfibrilleren op verschillende manieren aanwakkeren
Verschillende langlopende studies keken naar chronische stressbronnen en het risico op boezemfibrilleren over de tijd.
Mensen met veeleisend werk en weinig vrijheid, lieten in meerdere Europese cohorten een hoger risico zien voor boezemfibrilleren. Daarnaast hing onvrijwillige werkloosheid ook samen met een hogere kans op boezemfibrilleren.
Het sterkste effect trad op bij mensen, die het gevoel hadden geen controle te hebben over het verlies van hun baan.
Ook stressvolle levensgebeurtenissen, zoals een sterfgeval of ontslag, kwamen herhaaldelijk naar voren als risicofactoren voor boezemfibrilleren. Daarbij moet gezegd worden dat de grootte van dat verband verschilde tussen studies.
Een opvallend resultaat is dat er veel minder consistent bewijs is voor alledaagse ervaren stress, zonder een specifieke chronische aanleiding, als oorzaak van nieuw boezemfibrilleren. Verschillende studies die dit onderzochten, vonden geen duidelijk verband.
Dat betekent niet dat ervaren stress er niet toe doet. Het lijkt vooral relevant te zijn voor hoe boezemfibrilleren aanvoelt, zodra iemand de aandoening al heeft. Dit is waarom Stichting AFIP ervaringen van mensen met boezemfibrilleren meeneemt in nieuw onderzoek.
Het verband tussen stress en boezemfibrilleren gezien door de ogen van de AFIP community
In een eerdere AFIP-peiling onder 1.051 mensen met boezemfibrilleren kwam stress naar voren als een veelgenoemde persoonlijke trigger. Dat resultaat zette deze hele onderzoekslijn in gang.
Een vervolgvragenlijst leverde 667 reacties op (gemiddelde leeftijd 63 jaar, 63% vrouw). Deelnemers beoordeelden hun stressniveau gemiddeld met een 2,9 op 5.
Tijdens stressvolle episodes meldden 68,2% hartkloppingen en 18,7% vermoeidheid. Werk (26,4%) en gezondheidszorgen (22,4%) werden het vaakst genoemd als stressbron, naast algemene angst en onzekerheid over de toekomst.
Iets meer dan de helft van de respondenten (51,6%) gaf aan dat psychische stress hun last van klachten bij boezemfibrilleren verhoogt. 10,7% deelde dat stress of een sterke emotie bijna direct een aanval kan uitlokken.
De meest genoemde manieren om met stress om te gaan waren bewegen (30,7%), een hobby oppakken (20,9%) en mindfulness (13,2%).
Daarnaast bleek angst een rol te spelen. Mensen die aangaven vatbaarder te zijn voor angst, rapporteerden ook significant hogere stressniveaus. Met behulp van een taalmodel, brachten onderzoekers open antwoorden over de oorsprong van die angst onder in thema’s.
De meest voorkomende oorzaken van angst waren:
- Angst rond gezondheid of overlijden (31,1%)
- Angst om de controle te verliezen, bijvoorbeeld over werk (14,4%)
- Angst voor falen of sociale afwijzing (11,1%)
- Angst rond familie of relaties (10,8%)
Dit deel van het onderzoek is verkennend en het kan dus geen oorzaak-gevolg bewijzen. Wat het wel biedt, is een door patiënten gerapporteerd beeld van hoe stress in het dagelijks leven met boezemfibrilleren daadwerkelijk naar voren komt.

Wat betekent dit voor jou?
Merk je dat je klachten vaker opspelen rond stressvolle periodes? Dan beschrijf je iets dat de meerderheid van AFIP’s eigen community ook herkent en waar een aannemelijke biologische verklaring achter zit.
Stress is één van de beter te volgen factoren. Het is de moeite om bij te houden wat de aanleiding was, hoe het voelde en of er (boezemfibrilleren) klachten ontstonden. Zo ontdek je of er voor jou specifiek een patroon naar boven komt.
Helaas is er nog geen richtlijn voor boezemfibrilleren, die specifiek een stressbehandeling voorschrijft. Toch delen de auteurs dat verschillende aanpakken kunnen helpen bij het verlagen van stress, zoals:
- mindfulness
- cognitieve gedragstherapie
- yoga
Deze toepassingen sluiten goed aan bij de gebruikelijke aanpak van risicofactoren, zoals bewegen en gewichtsbeheersing. Veel deelnemers van AFIP’s stress enquête hebben deze strategieën al op eigen initiatief ingezet.
Wat zeggen de officiële boezemfibrilleren richtlijnen?
De ESC-richtlijnen van 2024 voor de behandeling van boezemfibrilleren, zijn opgebouwd rond het AF-CARE-raamwerk. Ze sturen artsen aan om aandacht te besteden aan comorbiditeiten, zoals hoge bloeddruk, hartfalen, diabetes, obesitas, slaapapneu, lichamelijke inactiviteit en overmatig alcoholgebruik.
Psychische stress staat daar nog niet tussen. De richtlijnen zijn daar expliciet over. Ze noemen namelijk dat psychosociale en omgevingsinvloeden op het risico van boezemfibrilleren nog te onderbelicht is voor een formele aanbeveling. Deze review, en de AFIP-communitydata erachter, zijn een direct antwoord op dat gat.
Help mee aan het volgende hoofdstuk van dit onderzoek
Deze publicatie had nooit plaatsgevonden als mensen met boezemfibrilleren hun ervaringen niet deelden. Daarom is ons onderzoeksteam iedereen dankbaar, die dit wel heeft gedaan.
Wil jij dit onderzoek verder brengen? Dan kan je de lopende vragenlijst over stress en boezemfibrilleren op het AFIP-platform invullen. Het invullen kost ongeveer 5 tot 8 minuten. Het kan anoniem en het voedt rechtstreeks de volgende fase van dit onderzoek.
Benieuwd wat de AFIP-community nog meer helpt onderzoeken? Bekijk onze lopende onderzoeken en enquêtes.
Zoals altijd: dit artikel is geen medisch advies. Overleg met je zorgverlener voordat je iets verandert aan je behandeling of dagelijkse routine.
Ken je iemand voor wie dit interessant is?