Hebben genetische afwijkingen invloed op het ontstaan van boezemfibrilleren?

boezemfibrillen en erfelijkheid

Het is algemeen bekend dat er verschillende risicofactoren bestaan voor het ontwikkelen van boezemfibrilleren. Voorbeelden hiervan zijn  geslacht, leeftijd, obesitas, diabetes, hypertensie en het hebben van een andere onderliggende hartziekte. Toch heeft ongeveer 20% van iedereen met boezemfibrilleren géén van deze risicofactoren, maar wel een familiegeschiedenis van boezemfibrilleren. In deze families hebben minimaal twee eerste- of tweedegraads familieleden boezemfibrilleren vóór de leeftijd van 60 jaar.

Is boezemfibrilleren erfelijk?

Het lijkt er dus op dat deze personen genetische afwijkingen hebben die boezemfibrilleren mogelijk kunnen veroorzaken. In het AMC (Amsterdam) en Erasmus MC (Rotterdam) zijn verschillende families bekend met genetische afwijkingen (mutaties) in de genen voor lamine A/C en desmine eiwitten in de hartcel. Deze eiwitten zijn erg belangrijk voor de structuur en het goed samentrekken van de hartcel. Deze eiwitten vormen de zogenaamde ‘dragende wanden’ van de hartcel. Mutaties in deze eiwitten veroorzaken de hartziekte ‘gedilateerde cardiomyopathie‘. Bij gedilateerde cardiomyopathie is het hart wijder en groter en kan daardoor minder goed bloed door het lichaam pompen.

Ongeveer 50% van de personen met een mutatie in lamine A/C of desmine ontwikkelen eerst boezemfibrilleren. Dit gebeurt vaak al vele jaren voordat gedilateerde cardiomyopathie zich ontwikkelt. Ook is regelmatig het ziektebeeld bij deze personen agressiever dan bij personen met alleen gedilateerde cardiomyopathie. Het is vooralsnog niet bekend waarom en hoe deze personen boezemfibrilleren ontwikkelen.

Hoe veroozaken mutaties boezemfibrilleren?

Dr. Marit Wiersma (Afdeling Fysiologie, VUmc, Amsterdam) heeft een subsidie gekregen van het Amsterdam Cardiovascular Sciences om uit te zoeken hoe mutaties in lamine A/C of desmine boezemfibrilleren kunnen veroorzaken. In samenwerking met Prof. Dr. B. Brundel (VUmc), Dr. J. van Tintelen (AMC) en Dr. N. de Groot (Erasmus MC) gaat ze de mutaties induceren in experimentele (gekweekte) hartboezemcellen.

mutaties in genen boezemfibrilleren

Figuur 1 Hoe veroorzaken mutaties in genen boezemfibrilleren?

Vervolgens gaat zij kijken naar de functie van de verschillende componenten van het proteostase netwerk (Figuur 1). Het proteostase netwerk zorgt voor een goede gezondheid van eiwitten in de hartboezemcel. Het is bekend dat dit netwerk niet meer optimaal werkt bij boezemfibrilleren. Tot heden is de invloed van mutaties op dit netwerk is nog niet bekend. Daarnaast gaat Dr. Marit Wiersma de mutaties induceren in fruitvliegen, waarna ze gaat kijken naar de functie van het hart.

Het doel van dit onderzoek is om uit te zoeken hoe de mutaties precies boezemfibrilleren veroorzaken. Als dit bekend is, kunnen medicijnen getest worden die hierop aangrijpen. Dit kan uiteindelijk leiden tot de een nieuwe behandeling van de personen met de mutaties in lamine A/C of desmine met de geteste medicijnen.

Deel AFIP met je vrienden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *