Het ontrafelen van de unieke ‘vingerafdruk’ voor boezemfibrilleren

Atriumfibrilleren (AF) is de meest voorkomende hartritmestoornis in de Westerse landen. Helaas is de behandeling van atriumfibrilleren niet optimaal: sommige patiënten reageren goed op een behandeling, terwijl de behandeling bij andere patiënten niet aanslaat. 

Waarom is dit? 

Om te begrijpen waarom niet alle behandelingen aanslaan, is het belangrijk om eerst inzicht te krijgen in welke mate biologische en elektrische veranderingen zich voordoen in de boezem van een patiënt met AF. Pas daarna kunnen we een behandeling op maat maken. 

Daarom zijn onderzoekers binnen de stichting AFIP gaan samenwerken met als doel: het ontrafelen van de vroege bio-elektrische veranderingen bij atriumfibrilleren. Dit noemen wij de ‘AF Fingerprint’.

Mechanisme voor atriumfibrilleren nog onbekend

Hoe AF ontstaat blijft onvolledig begrepen en hierdoor is de behandeling van deze aandoening niet effectief. Dit zorgt er tevens voor dat  AF vaak erger wordt in de loop van de tijd. 

Hoe komt dit?

De verergering op de lange termijn komt doordat AF zorgt voor biologische en elektrische veranderingen in de boezem-cellen. Hierdoor ontstaan er sneller elektrische geleidingsstoornissen en tot nu toe is geen enkele behandeling gericht op het genezen of voorkomen van deze veranderingen. 

De studie ‘AF Fingerprinting’ (AFFIP) heeft als doel om deze veranderingen in kaart te brengen. Deze veranderingen kunnen mogelijk in de toekomst gebruikt worden als diagnostisch instrument om het ontstaan ​​van AF en vroege verergering te voorspellen.

Naast het hebben van atriumfibrilleren spelen ook aanvullende factoren een rol in de ernst van de aandoening

Binnen AFFIP gaan we vele aanvullende factoren in kaart brengen die mogelijk een invloed hebben op het ontstaan van AF en daarbij het verergeren van AF. Factoren waar we rekening mee gaan houden zijn o.a:

  • leeftijd
  • geslacht
  • onderliggende hartziekte
  • leefstijl
  • erfelijkheid

Al deze factoren gaan we vergelijken met veranderingen in biologische en elektrische veranderingen in de boezem.

Denk jij de oorzaak van boezemfibrilleren bij jezelf te weten?

Laat ons weten wat voor jou triggers zijn voor boezemfibrilleren in onze poll. Deze is te vinden op de homepage en in de zijbalk van onze meeste pagina’s (voor mobiele gebruikers onderaan).

Voor deze studie zijn drie studiegroepen nodig. Alle patiënten ondergaan een openhartoperatie. 

  1.  AF-patiënten met langdurig (persistent) AF
  2.  paroxysmale AF-patiënten 
  3. patiënten zonder een voorgeschiedenis van AF

Tijdens de operatie worden elektrische signalen gemeten op de boezem via een unieke protocol, die door het Erasmus MC is ontwikkeld. 

De elektrische signalen zijn voor iedere patiënt uniek (zie figuur). Daarnaast zal voor iedere patiënt ook het unieke biologische profiel worden bepaald door biologische markers te meten in het bloed en in boezem weefsel van de patiënten. 

Na de openhartoperatie zal bepaald worden of patiënten het zogenaamde post-operatief AF ontwikkelen. De patiënten gaan we 5 jaar volgen om te onderzoeken of ze gedurende deze tijd AF gaan ontwikkelen.

Studie in 450 patiënten die openhartoperatie ondergaan in het Erasmus MC

In deze AFFIP studie zullen wij ongeveer 450 patiënten opnemen. De studie zal enkele jaren duren en moet uitwijzen welke biologische en elektrische kenmerken het begin en de verergering van AF bij patiënten, die een openhartoperatie ondergaan, zullen voorspellen.

Deze studie is gepubliceerd in het internationale tijdschrift Clinical Cardiology en heeft als title ‘Atrial Fibrillation Fingerprinting; Spotting Bio-Electrical Markers to Early Recognize Atrial Fibrillation by the Use of a Bottom-Up Approach (AFFIP): Rationale and Design’.  Lees ook de volledige (Engelse) versie: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/clc.23370

atriumfibrilleren afdruk

Figuur 1 – Iedere patiënt heeft zijn eigen unieke AF-vingerafdruk

Het linkerpaneel toont een voorbeeld van de verspreiding van elektrische signalen over de boezem van een patiënt tijdens AF die een bypassoperatie van de kransslagader ondergaat. Tegelijk lopende elektrische golven zijn getekend op 5 ms, gebieden met elektrische geleidingsblok zijn aangegeven met zwarte balken en de oorsprong van perifere golven met grijze stippen. De pijlen geven de primaire activatie richting aan. De bijbehorende fractionatie kaart wordt weergegeven in het rechter paneel en toont de verschillende soorten atriale potentialen: enkele potentialen (SP, één deflectie), korte dubbele potentialen (sDP, twee deflecties minder dan 15 ms van elkaar verwijderd), lange dubbele potentialen (lDP, twee deflecties 15ms of meer uit elkaar) en complexe gefractioneerde potentialen (CFP, drie of meer deflecties). De kaarten worden gebruikt om de incidentie van b.v. complexe elektrische potentialen en geleidingsblok, te bepalen. Afwijkingen in elektrische signalen komen voor tijdens veroudering, maar zijn (zeer) sterk aanwezig in patiënten met AF. 

Deel AFIP met je vrienden

Reacties 1

  1. Het eerste deel van het artikel vind ik zeer goed. Het laat duidelijk zien dat we als AFIP geen genoegen nemen met de huidige status quo rondom AF. Fundamenteel onderzoek op de echte oorzaken te achterhalen.
    De eerste indruk die ik kreeg over de onderzoeksopzet dat als je mee wilt doen dat het je dan even een open hart operatie met ondergaan. Gaandeweg het verder lezen, kreeg ik wel het vermoeden dat er toch een andere reden moest zijn op die operatie te ondergaan. Dit wordt niet echt expliciet verteld.
    Het laatste deel is mij toch te technisch. Ik weet echt niet wat de afbeeldingen betekenen en welke conclusies hier bij horen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *