Hartritmestoornissen in kinderen met aangeboren hartafwijking: tijdelijk en onschuldig?

Hartritmestoornissen en aangeboren hartafwijkingen

Een aangeboren hartafwijking komt voor bij ongeveer 9 op de 1000 pasgeborenen. Naarmate deze kinderen ouder worden, neemt de kans op hartritmestoornissen toe. Ook op jongere leeftijd worden al ritmestoornissen gezien, met name tijdens de ziekenhuisopname vlak na een openhartoperatie. Eerdere studies concluderen dat hartritmestoornissen in 15% tot 89% van de kinderen voorkomen in deze periode kort na de operatie. Wél waren deze ritmestoornissen vrijwel altijd kortdurend aanwezig en leidden deze bijna nooit tot ernstige complicaties.

Het meten van haritmestoornissen in kinderen

Op de operatiekamer wordt het ritme van de kinderen continu gemonitord. Echter staan kinderen op de operatiekamer bloot aan factoren die zouden kunnen zorgen voor ritmestoornissen, zoals:

  • schommelingen in de temperatuur
  • wisselingen in het zoutgehalte in het bloed
  • manipulatie van het hart door de hartchirurg

Daarom vroegen wij ons af, of er op de operatiekamer al hartritmestoornissen gevonden worden en/of deze ons iets kunnen vertellen over de aanwezigheid van hartritmestoornissen in de jaren na de operatie.

Wij hebben de ritme-registraties van 134 kinderen – die een openhartoperatie ondergingen voor een aangeboren hartafwijking – geanalyseerd gedurende hun verblijf op de operatiekamer en de intensive care. Vervolgens hebben we gekeken of deze kinderen in de jaren na hun operatie hartritmestoornissen ontwikkelden.

Zeer vaak zijn hartritmestoornissen al aanwezig op de operatiekamer

Wij zagen dat maar liefst 85% van de kinderen één of meerdere ritmestoornissen op de operatiekamer hadden (zie header afbeelding). Bij de meeste kinderen werd de hartlongmachine tijdens de operatie gebruikt. Dit is een machine die de functie van het hart tijdens de operatie overneemt. Van deze kinderen had 100% (dus iedereen) minimaal één ritmestoornis op de operatiekamer.

Hartritmestoornissen werden vooral veel gezien vlak nadat de hartlongmachine was afgekoppeld en het hart weer zelf ging kloppen. Al snel daarna nam het aantal ritmestoornissen sterk af. Vlak voor vertrek uit de operatiekamer had het grootste deel van de kinderen geen ritmestoornis meer.

“Van deze kinderen had 100% (dus iedereen) minimaal één ritmestoornis op de operatiekamer.”

Wat is de betekenis van hartritmestoornissen op de operatiekamer?

Hartritmestoornissen op de operatiekamer gingen in het grootste deel van de kinderen spontaan over: hier was geen behandeling voor nodig. Ook zorgden de ritmestoornissen niet voor ernstige complicaties. Er was geen verband tussen ritmestoornissen op de operatiekamer en later op de intensive care.

Ook hadden kinderen mét ritmestoornissen op de operatiekamer niet vaker ritmestoornissen in de jaren daarop, dan kinderen zónder een hartritmestoornis op de operatiekamer.

Conclusie: hartritmestoornissen op de operatiekamer lijken géén negatief effect te hebben

Ons onderzoek laat zien dat een hartritmestoornis in kinderen met een aangeboren hartafwijking op de operatiekamer een relatief veelvoorkomend verschijnsel is. Echter, deze ritmestoornissen hadden geen (ernstige) gevolgen en gaan vaak zonder behandeling al snel weer over. Ook was er geen verband tussen hartritmestoornissen op de operatiekamer en in de jaren na de operatie.

Deel AFIP met je vrienden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *