Multidisciplinaire aanpak van boezemfibrilleren: nieuwe therapeutische aanpak?

Ik ben Frans van Koppen en heb al enkele jaren boezemfibrilleren (BF). Mijn idee en ambitie is om boezemfibrilleren in een breder multidisciplinair daglicht te plaatsen, om op deze manier een betere behandelmethode voor patiënten te ontwikkelen. Dit idee heeft een aantal vaders.

Aanleiding

In de eerste plaats werd ik getriggerd door de observatie dat een aantal bekende oorzaken voor boezemfibrilleren buiten het hart zelf liggen. Oorzaken voor BF zijn onder andere:

  • obesitas
  • diabetes
  • een te snel werkende schildklier 
  • ontstekingen zoals bijvoorbeeld longontsteking gelezen.

Verder is gevonden dat de onderstaande punten aanleiding kunnen geven tot boezemfibrilleren:

  • koffie
  • alcohol
  • drugs
  • sommige medicijnen
  • stress
  • bloedarmoede
  • intensieve inspanning
  • koorts 

Ook lees ik verhalen van patiënten die verbanden leggen tussen zenuwbanen, de werking van de maag en het ontstaan van boezemfibrilleren.


Door al deze verbanden tussen de gesteldheid van het lichaam en het ontstaan van boezemfibrilleren, kreeg ik het idee dat deze hartritmestoornis niet een te isoleren aandoening is, maar relaties heeft met het hele lichaam en ook wel de geest.


We kunnen ons dus blind staren op het hart, of nog kleiner alleen op de boezems, maar krijgen we daardoor geen tunnelvisie?

Hoe systeembenadering de genezing van boezemfibrilleren tegenwerkt

In de wetenschap staat zoiets bekend als de systeembenadering.
Zo vind je door even Googelen al snel dat systeembenadering “De werkwijze is om verschijnselen te bestuderen als een geheel met een onderlinge samenhang en een wisselwerking met de omgeving.”
We kijken naar wat de relaties van het systeem met de omgeving zijn en verklaren vervolgens de werking van dat systeem.


Dit is een handige manier om het systeem te begrijpen en voorspellingen te kunnen doen over het gedrag van dat systeem, bijvoorbeeld met behulp van computersimulaties. 

Bij de toepassing van boezemfibrilleren kunnen we bijvoorbeeld een model maken van het hart met een bepaalde toestand van de hartcellen in de boezems. Dan sturen we van buitenaf er een trigger op af en bekijken we het effect. Hoe werkt dit in op de hartcellen en wat is de toestand daarna. We beschouwen het hart dan als systeem en de rest van het lichaam als omgeving.


Toch hoort er wel een waarschuwing bij deze benadering. Systemen bestaan niet. Het zijn constructies van ons brein, namelijk: de grenzen die we trekken zijn er in de werkelijkheid niet. Het zijn keuzes in een bepaalde onderzoeksopstelling. Dit wil zeggen dat wij iets weg geven bij elke grens die wij trekken of tot elke omgeving die wij verklaren. Vroeg of later lopen we tegen deze beperkingen aan. Het “systeem” doet iets anders dan we hadden gedacht.

De systeembenadering staat model voor onze manier van denken vooral in de “Westerse” wereld. Er is niks mis mee, als je weet wat de beperkingen ervan zijn. Dat je soms de boel helemaal overhoop moet gooien en je grenzen verleggen. Zeker als je denkt dat je er bent of juist als je tegen een muur aanloopt.

Multidisciplinaire benadering: co-creatie

In mijn eigen werkveld als bedrijfsconsultant krijg ik met ingewikkelde problemen te maken. Deze problemen zijn inhoudelijk ingewikkeld en regelmatig verergert de menselijke interactie het probleem. 

Hoe los je ingewikkelde problemen dan op?

Ingewikkelde problemen los je op door je kennis en ervaring uit meerdere disciplines te bundelen. Mensen inspireren elkaar, ze bekijken problemen van meerdere kanten en voorkomen zo de vorming van een tunnelvisie. Dit wordt ook wel ‘multidisciplinaire benadering’ genoemd.


Het werken in een multidisciplinair team vereist wat van de deelnemers. Ze kunnen er niet meer vanuit gaan dat ze met gelijkgestemden werken. Het vergt nog meer van  hun luistervaardigheid. Het betekent ook openstaan voor andere visies, nieuwsgierig zijn naar wat andere disciplines inbrengen en vooral te kijken hoe het team verschillende aspecten aan elkaar leert te verbinden.


Het betekent ook dat het team op gezette tijden het functioneren van het team onder de loep neemt. Het team kijkt dan meer naar het proces, elkaars gevoelens dan naar de inhoud.


Voor de toepassing van atriumfibrilleren betekent dit dat het team bestaat uit bijvoorbeeld patiënt, elektrofysioloog, internist, verpleegkundige, farmaceut, leverancier apparatuur, longarts, neuroloog, marketingdeskundige. De samenstelling hangt helemaal af van het onderwerp wat het team denkt te behandelen.

 

Deel AFIP met je vrienden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *