Gevaren ablatie

Gevaren ablatie

Tijdens een ablatie wordt het hartweefsel beschadigd om elektrische signalen te verstoren en boezemfibrilleren te stoppen. Net als veel andere medische ingrepen, verloopt een ablatie niet zonder risico’s. Deze pagina brengt de eventuele gevaren van een ablatie in kaart.

zorg-uitleg-patient

Opgesomd komen de volgende gevaren voor:

  • Bloedingen
  • Gaatje in het hart
  • Vocht in het hartzakje
  • Longproblemen
  • Open verbinding naar slokdarm
  • Hartritmestoornissen

De risico’s die een ablatie met zich meebrengt

Alhoewel een ablatie voor sommige patiënten met boezemfibrilleren positieve resultaten oplevert, zijn er ook een aantal gevaren ten gevolge van de behandeling.

1. Bloedingen in de lies

In eerste instantie kan een bloeding in de lies ontstaan, als gevolg van een slangetje dat met een draadje via de lies naar binnen gebracht wordt om de ablatie uit te voeren.

Aan dit draadje zit een verhit, of juist verkoeld uiteinde. Bloedingen komen vooral voor op de plaats waar de katheter de lies in wordt ingebracht. Vervolgens kan dit leiden tot liesproblemen.

2. Gaatje in het hart

Daarnaast, wordt de katheter door de boezemwand gedrukt. Dit proces veroorzaakt een gaatje in het hart.

Weliswaar geneest het gaatje vanzelf, maar het gaatje kan aanleiding geven tot bloed in het hartzakje. Hieruit volgt alleen in enkele gevallen een open hartoperatie.

 

Heb jij ook klachten na een ablatie?

Deel je ervaringen met anderen en ons team op ons forum om meer inzicht te geven in dit probleem.

3. Vocht in het hartzakje

Bovendien kan er vocht in het hartzakje komen, doordat met de katheter een gaatje door de boezemwand wordt gemaakt. Wanneer er te veel vocht in het hartzakje komt, wordt dit een tamponade genoemd.

Door de snelle toename van vocht kan er ernstige benauwdheid ontstaan. Het hart ondervindt tegendruk en kan zich niet goed met bloed vullen. Als resultaat, pompt het hart niet goed meer.

Wanneer het lichaam de hoeveelheid vocht niet kan afvoeren, moet dit verwijderd worden. Dit gebeurt met een holle naald (pericardpunctie) of operatief.

4. Longproblemen

Tevens kan iemand last krijgen van longproblemen. Tijdens een ablatie kunnen de longaders gaan samentrekken en zorgen voor een hoge stand van het middenrif.

Hierdoor kan het longvolume minder worden en kan dit aanleiding geven tot kortademigheid.

5. Open verbinding naar slokdarm

Aan de achterkant van de linkerboezem ligt de slokdarm. Tijdens het ableren kan er een gaatje ontstaan in de hartboezem wand, met verbinding naar de slokdarm.

Als er een verbinding ontstaat naar de slokdarm, komen bacteriën uit de slokdarm in het hart. Vervolgens kan kan dit leiden tot ernstige infecties die levensbedreigend kunnen zijn.

6. Hartritmestoornissen

Alhoewel het doel is om met ablaties hartritmestoornissen te verhelpen, kan het ook hartritmestoornissen terug laten komen.

Wanneer de isolaties van actief boezemweefsel door een ablatie niet lukken, kunnen er opnieuw hartritmestoornissen ontstaan.

Met name patiënten met persistent boezemfibrilleren hebben een grote kans (60-80%) op het ontwikkelen van boezemfibrilleren binnen 1 jaar na de ablatie procedure.

Help ons mee en doneer!

Huidige boezemfibrilleren behandelingen zijn niet altijd effectief. Met jouw hulp kunnen wij nieuwe geneesmiddelstudies uitvoeren om boezemfibrilleren tegen te gaan. Doneer vandaag nog.

Bekijk andere boezemfibrilleren gerelateerde pagina’s:

Wat is boezemfibrilleren?

Boezemfibrilleren symptomen

Oorzaak boezemfibrilleren

Boezemfibrilleren diagnose

Deel AFIP met je vrienden