Afwijkende elektrische signalen in de boezem: hebben ze invloed op slagingskans van een ablatieprocedure?

Eliene Starreveld AFIP

Veel patiënten met boezemfibrilleren ondergaan een ablatie om boezemfibrilleren te stoppen. Tijdens een ablatie ‘brandt’ of ‘koelt’ een elektrofysioloog hartspierweefsel zodat de chaotische elektrische signalen tijdens boezemfibrilleren niet meer optreden.

Om te weten waar in het hart het hartspierweefsel behandeld moet worden, meet de elektrofysioloog de elektrische signalen aan de binnenkant van de hartspier. Elektrische signalen vormen dus de leidraad voor de elektrofysioloog om te bepalen waar in de boezem te ableren in de hoop boezemfibrilleren te stoppen.

Abnormale elektrische signalen ableren

Abnormale elektrische signalen zijn zogenaamde gefractioneerde elektrische signalen. Dit zijn signalen die meerdere pieken en dalen in het signaal laten zien. Deze signalen wijzen op een verstoring in de elektrische geleiding in de onderliggende hartspiercellen (zie figuur 1, rechts).

Gefractioneerde signalen komen vooral voor bij patiënten die al lang boezemfibrilleren hebben (persistent boezemfibrilleren) en gebieden met deze gefractioneerde signalen ableerd de elektrofysioloog.

Belang van signaal filteren op vorm van het gefractioneerde signaal

Tijdens een ablatieprocedure zal de elektrofysioloog standaard gebruik maken van signaal filteren. Dit houdt in dat het origineel gemeten signaal door middel van een filter vrijgemaakt wordt van ruis en eventuele verstoringen. Drs. Eliene Starreveld (Erasmus MC) heeft in haar onderzoek gekeken naar de invloed van dit filteren op de vorm van het signaal. Hierbij heeft ze dertig verschillende filters met elkaar vergeleken en gekeken naar de invloed hiervan op de vorm van boezemfibrillatie signalen.

Uit haar onderzoek blijkt dat filteren veel invloed heeft op de vorm van het signaal. Filteren beïnvloedde zowel de hoogte van het signaal (amplitude), de hoeveelheid pieken en dalen in het signaal (fractionatie) en de duur van het signaal (fractionatie-delay tijd). Deze effecten waren het sterkste te zien bij hoogdoorlaatfiltering en laagdoorlaatfiltering, terwijl een bandstopfilter van 50 Hz vrij weinig invloed had (zie figuur 2).

Deze resultaten laten zien dat het heel belangrijk is om te letten op technische aspecten tijdens een ablatieprocedure, aangezien ook het ‘draaien aan de filteringknopjes’ al een grote invloed kan hebben op de vorm van signalen. Met name wanneer men op zoek is naar afwijkende signalen om te ableren is het dus van belang om rekening te houden met de filterinstellingen, en deze zo minimaal mogelijk te gebruiken. Dit kan voorkomen dat verkeerde gebieden in de boezem worden geableerd.

“Belangrijke tip voor de elektrofysioloog: draai zo min mogelijk aan de filteringknopjes tijdens ableren, dit voorkomt ‘verkeerd’ ableren van patiënten met boezemfibrilleren.” – Eliene Starreveld

Onderzoeksresultaten van Drs. Eliene Starreveld zijn gepubliceerd in het tijdschrift Journal of Cardiovascular Translational Research: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32410210/

Deel AFIP met je vrienden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *